Kling, kling

Steeds meer autos rijden elektrisch en dat geldt voor ook de fietsers. Het probleem is dat de andere verkeersdeelnemers die stille voertuigen niet aan horen komen. Dat zorgt voor vaak gevaarlijke situaties en regelmatig voor ongelukken.

Waar een probleem is ligt de oplossing vaak net om de hoek. Simpel denken toch, als een stil voertuig gevaarlijk is geef hem dan een geluidje mee: een klingel die zich met kalme regelmaat laat horen. Dus geen opgefokt belletje, maar een aangenaam geluid.

Ja en zoals dat gaat het ene idee brengt het andere voort. Ik moest aan een ander probleem denken. De oudere mens wordt dover en soms wat vergeetachtig. Gevolg: het gas blijft soms aanstaan, of de elektrische oven. Kortom een klingeltje kan ook hier de oplossing zijn. Geen driftig geklingel maar een regelmatig aangenaam waarschuwingssignaal. Logisch toch

Een Stoïcijn fladdert niet

Als creatieve geest heb je een groot probleem als je wat meer stoïcijns wil worden. Je fladdert teveel. Je ziet teveel, je hoort teveel en ja je ruikt en proeft zelfs teveel. Je staat open voor allerlei indrukken simpelweg omdat die je op ideeën brengen. Omdat je als je een probleem ziet onmiddellijk een oplossing wil bedenken. De oren zijn gespitst, de ogen waakzaam, de ‘antenne’ staat altijd uitgevouwen, altijd open voor nieuwe impulsen.

Tsja, het is dan wel vragen om problemen als je aangetrokken wordt tot de stoïcijnse levenskunst. Een stoïcijn neemt rustig waar en zal rustig bepalen of een bepaalde denkroute iets kan brengen. Of dit een weg is die nader onderzocht moet worden of dat je deze afslag beter links kunt laten liggen. Een stoïcijn, zoals ik het begrijp tenminste, fladdert niet maar focust. Hij maakt zorgvuldig zijn keuze als het gaat om het investeren van zijn aandacht en denkvermogen.

Gaat het om iets wat binnen mijn macht ligt? Iets waar ik daadwerkelijk invloed op uit kan oefenen of gaat het om iets wat buiten mijn macht ligt. Zaken waar je niet veel over te zeggen hebt. Zoals het onvoorspelbare weer en het even onvoorspelbare gedrag van anderen. Nee beter is het om het eigen denken en handelen te onderzoeken en daar verbetering na te streven. Het staat vast dat we op gegeven moment zullen overlijden, daar is niks tegen te doen, een stoïcijn aanvaardt dat. Maar wat wel in je macht ligt is om gezond te eten en te bewegen, je te ontspannen. In die kunst kun je je bekwamen door te mediteren, te wandelen, en de juiste voeding te kiezen. Een behoorlijke uitdaging voor een stoïcijn van niks.

Een jaar zonder ergernis

Een echte stoïcijn ergert zich niet. Hij leeft volgens onderstaande wijsheid van Epictetus.

Geef me de moed te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te doen wat in mijn vermogen ligt en de wijsheid tussen die twee onderscheid te maken.

Dus leven zonder ergernis is mijn opdracht voor het nieuwe jaar. En dat dat een mega uitdaging is voor mij weten de mensen die mij kennen maar al te goed. Ik erger mij met grote regelmaat aan: fietsers in de winkelstraat, stickers op de boeken die je koopt, voordringen in winkels, onhandige apparaten, keuzemenu’s als je een bedrijf belt, de lege blikjes langs de wandelpaden. Hoe kom je van de ergerlijke gewoonte af je vaak te ergeren. Het wordt een moeilijk jaar voor deze stoïcijn van niks. Maar als ik het advies van Epictetus ter harte neem en de moed heb om te accepteren dat sommige zaken niet in mijn vermogen liggen en dus ergernis compleet nutteloos is, dan is er hoop. Dan raap ik die weggeworpen blikjes op en gooi ze in de container die ook langs het wandelpad staat. Opgelost.

Nog even over die stickers op boeken. Ik vind dat haast een aanranding van het maagdelijk boek dat je wil aanschaffen. Bestaat er iets fijners dan een nieuw boek voor de eerste keer openslaan. Je verheugen op een mooi verhaal of een boeiend inzicht. Dat plezier wordt vergald door die stomme uitgevers die niet schijnen te beseffen dat hun stickers met bijvoorbeeld DWDD boekenpanel, eerder een antireclame is. Een enorm gepeuter om die krengen er af te halen met vaak een beschadiging tot gevolg. Ik wil geen boeken meer met een sticker het komende jaar. Hoef ik me ook niet te ergeren.

Hoe train je je creative mind?

Alles is bedacht. De stoel waar je op zit, de laptop op je schoot, de douche waar je onder staat, de survival waar je aan meedoet, het tv programma waar je naar kijkt. Echt alles, alles wordt bedacht.
Maar niet iedereen bedenkt. Bedenken vraagt op een creative mind.
Sommige mensen hebben van naturen een creative mind. Anderen moeten simpelweg trainen. Een creative mind laten werken is iets wat oefening vereist.

In deze blogpost iets over de manier waarop broer Eef en ik indertijd onze training creatief denken vormgaven. Het zijn maar een paar voorbeeldjes hoor. Maar toch leuke oefeningen.

Denk door

Een mooie starter is de TREIN. Inderdaad de trein.
De denkvraag is: wat kan er allemaal in de trein? Natuurlijk kende iedereen de stiltecoupé, maar dan werd het stil. Als voorbeeld namen we de intercity tussen Amsterdam en Maastricht. Een lekker lang traject dat bood mogelijkheden. Zodra het eerste schaap over de dam kwam met een het idee voor een Kappers coupé, waar je via een app een knipbeurt kon reserveren, kwam er al snel meer. Ideeën brengen ideeën, dat weten we. Natuurlijk kwam iemand met het idee voor een manicure coupé, Wat te denken van een coupé waar alleen Engels mag worden gesproken bemand met een gepensioneerde docent Engels. En al snel kwam de ene vondst naar de ander. Nu er echter de vraag bestaan er nog coupés? Zo niet dan moeten er snel weer wat komen.

Wat kan er beter?

Een ander denkspelletje is: wat kan er beter? Als je ervoor openstaat en bereid ben om de dingen echt waar te nemen wordt je overspoeld door verbeterideeën. Kijk maar eens naar simpele dingen die je dagelijks gebruikt zoals bijvoorbeeld tandenreinigers, Die dingen die min of meer direct tussen je tanden krombuigen en niet meer te gebruiken zijn. Hoe maken we die beter? Het is inspirerend om te focussen op dat soort probleempjes. We stuurden de deelnemers ook de stad in. Met de opdracht om de verbeterbril op te zetten. Bij de HEMA of de C&A te kijken maar ook bij de kleinere zaken en de aantrekkelijkheid van de winkelstraten te toetsen en daar ideeën op los te laten. Altijd kwamen ze terug met aardige verbeteringen. Een kwestie van de ‘verbeterbril’ opzetten. Elk voorstel werd besproken en waar nodig versterkt. Een vorm van Creative Circle.

Associatief denken

Bij de ontwikkeling van de Honderdduizend Gulden Show (later Staatsloterijshow) stelden we ons de vraag: wat zijn de voorwaarden om een vermogen te verwerven. Uiteindelijk kwamen we op drie kernpunten: weten – zweten en geluk. De hele show werd rond deze begrippen opgebouwd en werd een stevig succes. Er waren fysieke opdrachten, kennis en inzicht spelletjes en er waren gok momenten.

Door deze associatie kon een unieke spelshow worden ontwikkeld.

Een ander voorbeeld van creatieve associatie deed zich voor tijdens mijn werk als copywriter. Een groot buro wilde graag face to face in gesprek komen met beslissers in grote bedrijven. De bedoeling was om een rondje te sparren met deze potentiële klanten. In dat sparren zat mijn associatie. Ik dacht onmiddellijk aan boksen. Dat leek me stoer. Het uiteindelijke idee was al volgt. Stuur aan de mensen met wie je in gesprek wil komen één bokshandschoen, de rechter. In het begeleidend schrijven een verzoek om een rondje te sparren waarbij werd beloofd dat dan de linker bokshandschoen zou worden overhandigd. Werkte als een tierelier.

Collectief denken

Collectief denken is echt wat anders dan de gebruikelijke brainstorm.
Vanaf moment een is er focus op een vraag die de groep samen formuleert. Als de vraag er is krijgen de deelnemers 10 minuten de tijd om met een eerste idee te komen. Vervolgens krijgt elke inbrenger de tijd om het idee toe te lichten. Vervolgens kan iedereen in de groep helpen om het idee te versterken.

Oprechte interesse te hebben in de inbreng van anderen en samenwerken om een idee te vervolmaken. Is een voorwaarde voor collectief denken. Teveel hoor je in reguliere brainstormsessies de opmerking ‘Ik heb een leuker idee’. Dat is een doodzonde en verstoort het denkproces. Regelmatig begeleid ik deze creative circles voor allerlei organisaties waar een antwoord op een vraag gezocht wordt.

No spark no concept

De spark is een wonderlijk fenomeen. Duikt soms letterlijk op uit het niets. Verschijnt in de vorm van een onverwacht inzicht. Is vaak het bewuste einde van een onbewust traject in een creative mind. Een spark kan getriggerd worden door iets waar je oog op valt of iets wat iemand zegt in een vol restaurant. Kortom sparks verschijnen onverwacht, je moet er simpelweg voor openstaan. En dat is een kunst. In feite is de spark een eerste (ruw) idee. Het begin van een lange weg op het traject van idee naar creatie en nog mijlenver van executie. Maar zonder spark no concept, dat is een feit. Hoe kun je nu je geest open zetten voor een creative sparks? Dat kan naar mijn idee op diverse manieren.

Wees nieuwsgierig.

Zijn we eigenlijk wel nieuwsgierig genoeg? Wie nieuwsgierig is ziet eenvoudigweg meer. Neemt beter waar. Want we zien wel maar we kijken vaak niet. We nemen niet waar. Een mooie oefening is om zo nu en dan een verbeteruurtje in je drukke agenda vrij te maken. Waar je dat uurtje doorbrengt maakt niet zoveel uit. Op je werk, in de supermarkt, op straat, op het station, plekken zat waar zaken te verbeteren zijn. Loop bijvoorbeeld eens nieuwsgierig door de supermarkt en focus je daar op zaken die mogelijk kunnen worden verbeterd, of kijk of je iets ziet wat een nieuwe invulling kan krijgen.
Probeer een nieuwe toepassing te zien. Zie de link.

Iets wat al lang door een ander is bedacht kan de spark zijn naar een nieuw idee. Zo werd Mirjam de Bruijn getriggerd door de miniverpakkingen van Carvan Cevitam. kleine flesjes waarmee je overal smaak aan je water kunt geven.

Mirjams dacht daar kan misschien meer mee. Onderzoek in de schappen met huishoudelijke middelen van de supermarkt toonde aan dat de meeste producten voor 80% uit water bestaan. Wat nu als je het Carvan Cevitam idee gaat toepassen op Shampoo, afwasmiddel en andere producten. Dat kan enorm schelen in volume en dus in transportkosten. En zo ontstond een duurzaam concept. Ondertussen ontwikkelt Mirjam met hulp van Wageningen University.
Wie nieuwsgierig is ziet eerder een link.

Veel innovatie komt uit ergernis voort

Iemand moet zich geërgerd hebben aan traplopen om op het idee van de roltrap te komen. Net zo met het sjouwen van koffers, ook een ergernis waar met de komst van de rolkoffer een einde aan kwam. Raar eigenlijk dat de rolkoffer niet veel eerder in het straatbeeld verscheen. Nu nog iets op dat irritante rol geluid doen, want dat is behoorlijk irritant.

Wees ontspannen. Denk even niet.

Hoe zou het komen dat zoveel mensen juist onder de douche mooie sparks krijgen? Ze zijn even niet aan het denken. Want een spark pers je er niet even uit, zo werkt het niet. We moeten al zoveel met onze overvolle agenda’s in deze opgejaagde maatschappij. Daar kun je aan ontsnappen onder die weldadige douche. De dag starten met 20 minuten meditatie is ook een goed middel om het hoofd vrij te maken voor sparks. Daar moet je je dan niet op concentreren, ontspan maar even, denk nergens aan. Die spark valt je wel in als je tot rust bent gekomen.

Joris van Ooijen
A Creative Mind

Kan een creatieve geest een stoïcijn zijn?

Met enige regelmaat zal ik op dit blog een bijdrage plaatsen over mijn pogingen meer stoïcijn te zijn. Een helse opgave die bij voorbaat tot mislukken gedoemd lijkt. Toch blijf ik het proberen. Hierbij mijn eerste Stoïcijn van Niks post.

Kan een creatieve geest stoïcijn zijn?

Wandelend door ons stadje kwam ik de mevrouw van de boekwinkel tegen. We hadden een kort praatje over de voordelen van het ‘te voet’ gaan. Je komt nog eens een bekende tegen en dan is er tijd voor een kort praatje. Je staat ook makkelijker stil bij iets waar je oog toevallig opvalt. Toen ik verder liep zag ik dat er een reiger op de ruïne van de stadspoort stond. Een mooi plaatje. Ja te voet gaan heeft zo zijn voordelen.

Op de terugweg naar huis kwam er een vlucht jonger fietsers langs. Haast zonder uitzondering hielden zij een oog gericht op hun smart Phone. Ik heb bewondering voor hun flexibiliteit en de balans in hun jonge lijven. Echte multitaskers zijn het. Doen met gemak twee dingen tegelijk. Twee dingen die toch eigenlijk alle aandacht vragen: fietsen en communiceren. Maar de combinatie van denken en doen lijkt me toch iets lastiger. Op die combinatie loop ik stuk.

De vraag die bij me opkwam was: kan een stoïcijn een multitasker zijn? Ik denk eigenlijk van niet. Immers een echte stoïcijn doet alles in rust en met de nodige aandacht. Hij laat zich niet gek maken door de piepjes uit een smart Phone en als hij fietst doet hij dat geconcentreerd met oog voor dreigende gevaren.

Voor mij is de stoïcijnse houding nog een hele opgaaf. Op de fiets lukt het prima maar dat moet ook wel als ik niet wil verongelukken.

Ik ben een creatief en het vluchtige in een creatieve geest zit in het openstaan voor impulsen. Dat schiet alle kanten op. Maar zodra er een spark uit die impulsen opduikt moet de creatieve geest meer stoïcijn worden. Dan sluit hij zich af om zich zich volop te concentreren op de realisatie van een idee. Dan moet er met focus worden gedacht.. Alleen beter niet tijdens het fietsen. Eerst denken dan doen.

kunst van het idee herkennen

Er wordt veel gezegd over creativiteit en creatieve geesten maar de kwaliteit van het idee herkennen wordt zelden genoemd. Hoeveel geniale ingevingen werden ooit door de creative community waarbinnen ze werden bedacht compleet genegeerd. Neem van Gogh tijdens zijn leven was er eigenlijk maar een enkele persoon die de schoonheid van zijn werk herkende, en dat was zijn broer Theo. Of het hier ging om werkelijke waardering voor de kunst van Vincent of om broederliefde van Theo dat is een vraag. Maar neem Galilei die werd zelfs gestraft door de Katholieke Kerk omdat hij vaststelde dat de aarde niet het middelpunt van het universum is. Gregor Mendl een Augustijner monnik, vandaag bekend als de grondlegger van de moderne genetica, werd door zijn wetenschappelijke vakbroeders niet serieus genomen toen hij zijn theorie in 1866 publiceerde.
Allemaal hoogdravend dit, maar ook in de huis tuin en keuken creativiteit die de televisiewereld is worden dagelijks pitches verwelkomd met een geeuw of een ongeïnteresseerde blik. Uitspraken als: ‘ er bestaat al zo iets, hoe heet het ook al weer’ of ‘dat gaat de kijker echt niet leuk vinden’ en ‘hier geloven we helaas niet in’.
De mensen die het te vertellen hebben in de mediawereld zijn over het algemeen zelf niet zo bar creatief. Dat hoeft geen probleem te zijn als ze het maar beseften. Van die mensen vragen we eigenlijk geen creativiteit, nee. We vragen een andere kwaliteit, de kwaliteit om de potentie van een idee te herkennen en een succesvol format in het prilste stadium al voor zich te zien. John de Mol heb ik persoonlijk nooit als een super creatief beschouwd. Maar in de jaren dat ik met hem samen mocht werken werd me een ding razendsnel duidelijk: hij herkent een goed idee vaak bij de eerste zin van de pitch. Dat is een fantastische kwaliteit.

Van Buiten naar Binnen kijken.

Out of the box denken is een term die te pas en te onpas gebruikt worden. Manager speek: we moeten out of the box denken mensen. Wees eens creatief! Het is allemaal makkelijk gezegd maar voer het maar uit als je al jaren in die box zit om opeens buiten die box te denken. Buiten de box denken vraagt oefening, het vraagt om een mindset die regelmatig moet worden scherp gesteld. Het is niet simpel om buiten de bestaande kaders te treden en zogezegd van Buiten naar Binnen te kijken. Iemand die echt van buiten komt zit in ieder geval niet in de spreekwoordelijke box hij of zij zit daar op een natuurlijke manier buiten. Ik zie mezelf graag als iemand die overal van Buiten naar Binnen kijkt en waarneemt wat zich daar af speelt. Na een leven lang in de creatieve sector, eerst als copywriter en jarenlang als formatontwikkelaar in de media denk ik over een track record te beschikken dat er toe doet. Die kennis en ervaring zet ik graag in voor anderen. Voor bedrijven, overheden, instellingen en andere organisaties. Daar waar een creatief denkproces plaatsvindt schuif ik graag aan tafel om aan het gesprek deel te nemen. Op zoek naar die sparks die eigenlijk al aanwezig zijn maar nog waargenomen moeten worden.

Niet voor tv: Denkvoer een boeiend maatschappelijk format.

Mensen met elkaar in contact en in gesprek brengen is een belangrijk onderdeel van mijn mens zijn.
Het uitwisselen van gedachten in een onderzoekende dialoog is altijd mooi. Het was ooit de reden om Denkstof op te richten, het Tankstation voor Inspiratie. Diezelfde gedachte is trouwens terug te vinden in de Creative Circle methode. Denkvoer was een belangrijke activiteit van Denkstof. Een helder format dat werkte als een tierelier. Nodig een spreker uit met een relevant maatschappelijke visie en laat hem of haar het verhaal doen.
Het publiek krijgt bij binnenkomst een gekleurd bandje om. Dit bandje bepaalt aan welke tafel je gaat eten na de lezing. Op die manier kom met onbekenden in gesprek om een vraag voor de spreker te formuleren. Vervolgens terug naar de spreker waar elke tafel de vraag voorlegt. Zie in de compilatie hoe publiek en sprekers dit ervaren. En mocht je in je organisatie een Denkvoer willen organiseren neem dan contact op.

Stel de juiste vraag dan krijg je het goede antwoord

Einstein in de creative circle

Einstein zei ooit:  “If I had an hour to solve a problem and my life depended on the solution, I would spend the first 55 minutes determining the proper question to ask… for once I know the proper question, I could solve the problem in less than five minutes.”

Het belang van de vraag in een creatief denkproces mag niet worden onderschat. Want laten we eerlijk zijn: op een slechte vraag kun je nooit een goed antwoord krijgen. Vandaar dat de vraag in de creative circle ruim aandacht krijgt. Hoe? en Waarom? Zijn daarin belangrijk.

Ruim van te voren wordt in een gesprek met de opdrachtgever uitgebreid besproken welke vraag nu precies om een antwoord vraagt. Hierbij is de formulering van wezenlijk belang. Een goede vraag is helder en duidelijk, kan niet worden misverstaan. Die vraag geeft de deelnemers aan een Creative Circle houvast. Ze ontvangen de vraag een week voor de bijeenkomst plaatsvind en kunnen zich dus voorbereiden op een antwoord in de vorm van een: ‘wat als?’. Wat als we nu een dit of dat doen, zus of zo anders aanpakken etc, etc. Op die manier komen de deelnemers met een reeds doordachte inbreng naar de creative circle. Geen inbreng die te vuur en te zwaard wordt verdedigd, maar een inbreng als een bijdrage aan het collectieve denkproces.