Een Stoïcijn fladdert niet

Als creatieve geest heb je een groot probleem als je wat meer stoïcijns wil worden. Je fladdert teveel. Je ziet teveel, je hoort teveel en ja je ruikt en proeft zelfs teveel. Je staat open voor allerlei indrukken simpelweg omdat die je op ideeën brengen. Omdat je als je een probleem ziet onmiddellijk een oplossing wil bedenken. De oren zijn gespitst, de ogen waakzaam, de ‘antenne’ staat altijd uitgevouwen, altijd open voor nieuwe impulsen.

Tsja, het is dan wel vragen om problemen als je aangetrokken wordt tot de stoïcijnse levenskunst. Een stoïcijn neemt rustig waar en zal rustig bepalen of een bepaalde denkroute iets kan brengen. Of dit een weg is die nader onderzocht moet worden of dat je deze afslag beter links kunt laten liggen. Een stoïcijn, zoals ik het begrijp tenminste, fladdert niet maar focust. Hij maakt zorgvuldig zijn keuze als het gaat om het investeren van zijn aandacht en denkvermogen.

Gaat het om iets wat binnen mijn macht ligt? Iets waar ik daadwerkelijk invloed op uit kan oefenen of gaat het om iets wat buiten mijn macht ligt. Zaken waar je niet veel over te zeggen hebt. Zoals het onvoorspelbare weer en het even onvoorspelbare gedrag van anderen. Nee beter is het om het eigen denken en handelen te onderzoeken en daar verbetering na te streven. Het staat vast dat we op gegeven moment zullen overlijden, daar is niks tegen te doen, een stoïcijn aanvaardt dat. Maar wat wel in je macht ligt is om gezond te eten en te bewegen, je te ontspannen. In die kunst kun je je bekwamen door te mediteren, te wandelen, en de juiste voeding te kiezen. Een behoorlijke uitdaging voor een stoïcijn van niks.

Een jaar zonder ergernis

Een echte stoïcijn ergert zich niet. Hij leeft volgens onderstaande wijsheid van Epictetus.

Geef me de moed te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te doen wat in mijn vermogen ligt en de wijsheid tussen die twee onderscheid te maken.

Dus leven zonder ergernis is mijn opdracht voor het nieuwe jaar. En dat dat een mega uitdaging is voor mij weten de mensen die mij kennen maar al te goed. Ik erger mij met grote regelmaat aan: fietsers in de winkelstraat, stickers op de boeken die je koopt, voordringen in winkels, onhandige apparaten, keuzemenu’s als je een bedrijf belt, de lege blikjes langs de wandelpaden. Hoe kom je van de ergerlijke gewoonte af je vaak te ergeren. Het wordt een moeilijk jaar voor deze stoïcijn van niks. Maar als ik het advies van Epictetus ter harte neem en de moed heb om te accepteren dat sommige zaken niet in mijn vermogen liggen en dus ergernis compleet nutteloos is, dan is er hoop. Dan raap ik die weggeworpen blikjes op en gooi ze in de container die ook langs het wandelpad staat. Opgelost.

Nog even over die stickers op boeken. Ik vind dat haast een aanranding van het maagdelijk boek dat je wil aanschaffen. Bestaat er iets fijners dan een nieuw boek voor de eerste keer openslaan. Je verheugen op een mooi verhaal of een boeiend inzicht. Dat plezier wordt vergald door die stomme uitgevers die niet schijnen te beseffen dat hun stickers met bijvoorbeeld DWDD boekenpanel, eerder een antireclame is. Een enorm gepeuter om die krengen er af te halen met vaak een beschadiging tot gevolg. Ik wil geen boeken meer met een sticker het komende jaar. Hoef ik me ook niet te ergeren.

Kan een creatieve geest een stoïcijn zijn?

Met enige regelmaat zal ik op dit blog een bijdrage plaatsen over mijn pogingen meer stoïcijn te zijn. Een helse opgave die bij voorbaat tot mislukken gedoemd lijkt. Toch blijf ik het proberen. Hierbij mijn eerste Stoïcijn van Niks post.

Kan een creatieve geest stoïcijn zijn?

Wandelend door ons stadje kwam ik de mevrouw van de boekwinkel tegen. We hadden een kort praatje over de voordelen van het ‘te voet’ gaan. Je komt nog eens een bekende tegen en dan is er tijd voor een kort praatje. Je staat ook makkelijker stil bij iets waar je oog toevallig opvalt. Toen ik verder liep zag ik dat er een reiger op de ruïne van de stadspoort stond. Een mooi plaatje. Ja te voet gaan heeft zo zijn voordelen.

Op de terugweg naar huis kwam er een vlucht jonger fietsers langs. Haast zonder uitzondering hielden zij een oog gericht op hun smart Phone. Ik heb bewondering voor hun flexibiliteit en de balans in hun jonge lijven. Echte multitaskers zijn het. Doen met gemak twee dingen tegelijk. Twee dingen die toch eigenlijk alle aandacht vragen: fietsen en communiceren. Maar de combinatie van denken en doen lijkt me toch iets lastiger. Op die combinatie loop ik stuk.

De vraag die bij me opkwam was: kan een stoïcijn een multitasker zijn? Ik denk eigenlijk van niet. Immers een echte stoïcijn doet alles in rust en met de nodige aandacht. Hij laat zich niet gek maken door de piepjes uit een smart Phone en als hij fietst doet hij dat geconcentreerd met oog voor dreigende gevaren.

Voor mij is de stoïcijnse houding nog een hele opgaaf. Op de fiets lukt het prima maar dat moet ook wel als ik niet wil verongelukken.

Ik ben een creatief en het vluchtige in een creatieve geest zit in het openstaan voor impulsen. Dat schiet alle kanten op. Maar zodra er een spark uit die impulsen opduikt moet de creatieve geest meer stoïcijn worden. Dan sluit hij zich af om zich zich volop te concentreren op de realisatie van een idee. Dan moet er met focus worden gedacht.. Alleen beter niet tijdens het fietsen. Eerst denken dan doen.