Praktische Creativiteit

Als het woord creativiteit valt denken de meeste mensen als eerste aan de kunsten. Schilders, beeldhouwers, architecten maar ook aan film en theatermakers, of choreografen. Allemaal scheppers. Mensen die vanuit hun creatieve geest iets in de wereld zetten. Prachtig, vaak verassend.

Een andere vorm van creativiteit is de praktische, of oplossingsgerichte creativiteit. Iets waar ik, naast al die scheppende vormen, erg van houd.

Het oplossen van problemen, het vinden van de juiste antwoorden op vragen die spelen in de openbare ruimte, in organisaties, in het dagelijks leven. Antwoorden vinden op die altijd weer verschijnende Hoe-vragen. Dat fascineert mij. Een voorbeeld is de rolkoffer. Een simpel antwoord op de vraag hoe je wat minder zwaar hoeft te sjouwen als je op reis gaat. Grappig eigenlijk hoe lang het nog geduurd heeft voor die rolkoffer er was. Briljant in zijn eenvoud vind ik de vinding van de beschuit met inkeping, waardoor je je beschuitje probleemloos uit de verpakking haalt. De beste vindingen op praktisch gebied zijn die waarvan men direct zegt: ‘dat ze dat niet eerder hebben bedacht’.

Ook de creative circle, een beter alternatief voor de brainstorm, is een mooi voorbeeld van een tool voor praktische creativiteit. Een methode die op simpele wijze mensen laat meedenken over het antwoord op de Hoe-vragen waar bedrijven en organisaties voor komen te staan.

Hoe train je je creative mind?

Alles is bedacht. De stoel waar je op zit, de laptop op je schoot, de douche waar je onder staat, de survival waar je aan meedoet, het tv programma waar je naar kijkt. Echt alles, alles wordt bedacht.
Maar niet iedereen bedenkt. Bedenken vraagt op een creative mind.
Sommige mensen hebben van naturen een creative mind. Anderen moeten simpelweg trainen. Een creative mind laten werken is iets wat oefening vereist.

In deze blogpost iets over de manier waarop broer Eef en ik indertijd onze training creatief denken vormgaven. Het zijn maar een paar voorbeeldjes hoor. Maar toch leuke oefeningen.

Denk door

Een mooie starter is de TREIN. Inderdaad de trein.
De denkvraag is: wat kan er allemaal in de trein? Natuurlijk kende iedereen de stiltecoupé, maar dan werd het stil. Als voorbeeld namen we de intercity tussen Amsterdam en Maastricht. Een lekker lang traject dat bood mogelijkheden. Zodra het eerste schaap over de dam kwam met een het idee voor een Kappers coupé, waar je via een app een knipbeurt kon reserveren, kwam er al snel meer. Ideeën brengen ideeën, dat weten we. Natuurlijk kwam iemand met het idee voor een manicure coupé, Wat te denken van een coupé waar alleen Engels mag worden gesproken bemand met een gepensioneerde docent Engels. En al snel kwam de ene vondst naar de ander. Nu er echter de vraag bestaan er nog coupés? Zo niet dan moeten er snel weer wat komen.

Wat kan er beter?

Een ander denkspelletje is: wat kan er beter? Als je ervoor openstaat en bereid ben om de dingen echt waar te nemen wordt je overspoeld door verbeterideeën. Kijk maar eens naar simpele dingen die je dagelijks gebruikt zoals bijvoorbeeld tandenreinigers, Die dingen die min of meer direct tussen je tanden krombuigen en niet meer te gebruiken zijn. Hoe maken we die beter? Het is inspirerend om te focussen op dat soort probleempjes. We stuurden de deelnemers ook de stad in. Met de opdracht om de verbeterbril op te zetten. Bij de HEMA of de C&A te kijken maar ook bij de kleinere zaken en de aantrekkelijkheid van de winkelstraten te toetsen en daar ideeën op los te laten. Altijd kwamen ze terug met aardige verbeteringen. Een kwestie van de ‘verbeterbril’ opzetten. Elk voorstel werd besproken en waar nodig versterkt. Een vorm van Creative Circle.

Associatief denken

Bij de ontwikkeling van de Honderdduizend Gulden Show (later Staatsloterijshow) stelden we ons de vraag: wat zijn de voorwaarden om een vermogen te verwerven. Uiteindelijk kwamen we op drie kernpunten: weten – zweten en geluk. De hele show werd rond deze begrippen opgebouwd en werd een stevig succes. Er waren fysieke opdrachten, kennis en inzicht spelletjes en er waren gok momenten.

Door deze associatie kon een unieke spelshow worden ontwikkeld.

Een ander voorbeeld van creatieve associatie deed zich voor tijdens mijn werk als copywriter. Een groot buro wilde graag face to face in gesprek komen met beslissers in grote bedrijven. De bedoeling was om een rondje te sparren met deze potentiële klanten. In dat sparren zat mijn associatie. Ik dacht onmiddellijk aan boksen. Dat leek me stoer. Het uiteindelijke idee was al volgt. Stuur aan de mensen met wie je in gesprek wil komen één bokshandschoen, de rechter. In het begeleidend schrijven een verzoek om een rondje te sparren waarbij werd beloofd dat dan de linker bokshandschoen zou worden overhandigd. Werkte als een tierelier.

Collectief denken

Collectief denken is echt wat anders dan de gebruikelijke brainstorm.
Vanaf moment een is er focus op een vraag die de groep samen formuleert. Als de vraag er is krijgen de deelnemers 10 minuten de tijd om met een eerste idee te komen. Vervolgens krijgt elke inbrenger de tijd om het idee toe te lichten. Vervolgens kan iedereen in de groep helpen om het idee te versterken.

Oprechte interesse te hebben in de inbreng van anderen en samenwerken om een idee te vervolmaken. Is een voorwaarde voor collectief denken. Teveel hoor je in reguliere brainstormsessies de opmerking ‘Ik heb een leuker idee’. Dat is een doodzonde en verstoort het denkproces. Regelmatig begeleid ik deze creative circles voor allerlei organisaties waar een antwoord op een vraag gezocht wordt.